25 jaar eigenzinnigheid

Atelier van Lieshout - Wombhouse (2004)
Atelier van Lieshout – Wombhouse (2004)

De Rotterdamse Stadscollectie bestaat 25 jaar. Reden voor Museum Boijmans van Beuningen om deze collectie eens flink onder de aandacht te brengen. We bezochten de tentoonstelling en bekeken en lazen de forse catalogus. Allebei zeer de moeite waard, maar de vraag blijft: Wat is Rotterdamse kunst?

Een actie van beeldend kunstenaars in Rotterdam in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw was de aanzet voor Museum Boijmans van Beuningen om meer aandacht aan de lokale kunst te gaan besteden. Het duurde een paar jaar maar toen kwam er een stadscollectie met een conservator, Jan van Adrichem, en een budget, 360.000 gulden. 25 jaar later blijkt de stadscollectie een waardevolle verzameling hedendaagse kunst te bevatten. Bekende namen, die op het moment van aankoop zich nog maar net kunstenaar noemden, zitten in de collectie. De bekendste is Joep van Lieshout. Toen Museum Boijmans zijn 12 stenen-12 kratten aankocht was de maker nog student op de academie. Het werd de eerste aankoop voor de Stadscollectie die inmiddels uit zo’n 800 werken bestaat.

En wat een goede tentoonstelling is het! Geen gefröbel op de vierkante meter. Op de 1500 m² van de Bodonzalen krijgen de werken de ruimte. Nergens wordt de privacy geschonden. De ruimte wordt ook nog eens doormidden gesneden door een s-vormig doorzichtig plastic gordijn. Gelukkig is er geen volgorde naar jaar van aanschaf maar is er gekozen voor een opstelling waarbij de kunstwerken het best tot hun recht komen. De tentoonstelling ‘De stad, de kunstenaars en het museum’ laat 25 kunstwerken zien, één uit elk jaar van het bestaan van de Stadscollectie en vier kunstwerken in bruikleen die in de collectie zouden passen en wellicht aangeschaft worden. Iedere kunstminnende Rotterdammer die last heeft van een calimerocomplex moet hier naartoe. Nog steeds is Wombhouse (uit 2004 en in 2011 aangeschaft) van Atelier van Lieshout overweldigend, maar veel van de werken maken indruk. Revolving Doors (1994) van Paul Cox is er zo een, maar ook het olieverfschilderij van Marian Breedveld (Zonder Titel, 1996). Eigenlijk zit er geen zwak kunstwerk bij.

De vraag drong zich wel op: Is dit nou Rotterdamse kunst? Dé Rotterdamse kunst bestaat natuurlijk niet. Wat zou dat moeten zijn? Kunst gemaakt met opgerolde hemdsmouwen, no-nonsense, met een gerold sjekkie achter het oor? Flauwekul. Of moeten we het zoeken in een soort directheid die deze kunst heeft. Het is wat je ziet en je moet er niet teveel achter zoeken? Oud-Stadsconservator Jan van Adrichem verwoordt het als volgt: ‘Rotterdamse kunst moet worden opgevat als kunst die in het Rijnmond-gebied gemaakt is of nog steeds wordt gemaakt.’ Hij laat er geen twijfel over bestaan dat het werk van dezelfde kwaliteit moet zijn als de rest van de collectie van het museum. Maar uit de essays in de catalogus blijkt wel dat Rotterdamse kunst moeilijk te ‘pinpointen’ is. Kunsthistoricus Paul Kempes houdt het erop dat Rotterdammers niet van labels houden. Ja, wie wel? Museum directeur Sjarel Ex noemt de Rotterdamse kunstenaar nuchter en eigenzinnig. Nou Sjarel, zo nuchter vinden we 010-kunst nu ook weer niet. Het is wel zo dat de Rotterdamse kunstenaar zich weinig aantrekt van wat de gevestigde kunstwereld ervan denkt. Zo hoort het ook. Om het op zijn Deelderiaans te zeggen: Ze hebben overal schijt aan.

De tentoonstelling 25 jaar Stadscollectie Rotterdam t/m 1 september 2013

Catalogus

CatalogusStadscollectie
Catalogus 25 jaar Stadscollectie Rotterdam – Still uit de film Springtime (2010-2011) van Jeroen Eisinga – Milde Luft, Spaziergänge, dunkle Zimmer (1994) van Marjolijn van den Assem

Bij de tentoonstelling is een forse catalogus uitgegeven. De vormgevers van Zee ontwierpen een flinke pil waarmee de Stadscollectie toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek.  Met essays van onder anderen de conservatoren die de afgelopen jaren de Stadscollectie beheerden, en een overzicht van de werken die in de collectie zijn ondergebracht. Een aantal kunstenaars is in de catalogus uitgelicht, zoals Jeroen Eisinga, Antistrot en Marjolijn van den Assem. Een mooi overzichtelijk werk, fijn om in te bladeren, en de essays verdienen het om te worden gelezen. Voor € 39,50 te koop bij het museum of in de boekhandel o.a bij Boekhandel v/h Van Gennep.

Een gedachte over “25 jaar eigenzinnigheid

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *